Tien mythes over slapen

Rond slapen en vechten tegen vermoeidheid bestaan heel wat misvattingen. De bekende meditatie- en ontspanningsapp Calm organiseerde een grootschalige poll en zet de tien belangrijkste mythes op een rijtje.


Foto: Burst via Pexels

1. Het autoraam openzetten of de airconditioning op maximum houdt ons wakker tijdens het rijden.
Meer dan de helft van de respondenten gelooft dat dit een goede methode is om wakker te blijven achter het stuur. De waarheid is dat het niet alleen ineffectief is, maar ook ronduit gevaarlijk. Als je je moe voelt, is het best om even te stoppen en een dutje te doen van 15 tot 45 minuten. “Zelfs een powernap van 20 minuten zal je voor een half uur weer op weg helpen”, aldus de American Sleep Association. Koffie drinken heeft een tijdelijk en kort effect, maar het duurt wel 30 minuten vooraleer het werkt.

2. Tijdens het slapen rust je brein.
Alhoewel het lichaam uitrust tijdens de slaap, blijft het brein actief. Het laadt terug op en, vrij logisch, controleert belangrijke lichaamsfuncties zoals ademhaling. De hersenen zijn het meest actief tijdens de REM-slaap.

3. Je mag een slaapwandelaar nooit wakker maken.
Het is een fabeltje dat het gevaarlijk is om een slaapwandelaar wakker te maken. Het is natuurlijk niet de bedoeling om het bruusk te doen. Begeleid de persoon rustig terug naar zijn of haar bed. Slaapwandelen kan soms tot een half uur of zelfs langer duren. Een extra reden dus om zo iemand zo snel mogelijk terug in bed te krijgen.

 

Foto Sleeplife

4. Je droomt alleen tijdens je diepe slaap.
“Je kan dromen in alle fases van de slaap, maar over het algemeen zijn dromen het meest levendig tijdens de REM-fase. Dit is de fase waarin je ogen snel bewegen en wanneer je ook lichter slaapt”, aldus het National Institute of Neurological Disorders and Stroke.

5. Blijf in bed als je niet kan slapen.
Als je na 20 minuten nog niet in slaap gevallen bent, sta je best weer op en ga je elders in huis een ontspannende activiteit doen, zoals lezen of muziek beluisteren.

6. Jaarlijks slik je meerdere spinnen in tijdens je slaap.
Het is niet duidelijk waar deze mythe op gestoeld is, maar waarschijnlijk een geruststelling voor velen: nee, spinnen voelen zich niet aangetrokken om onze mond te gaan verkennen. Een spin zal eerder bang zijn van een slapende persoon.

7. Tijdens het weekend kan je slaap inhalen.
Een recente studie van de Harvard Medical School concludeerde het tegendeel. Weinig slapen tijdens de week heeft diverse nadelen zoals tragere reactietijden en een verminderd concentratievermogen. Als het een chronisch probleem is, los je dat niet op door in het weekend langer in bed te liggen. Een vast slaappatroon aanhouden is het gezondst.

8. Alcohol stimuleert een betere slaap.
Velen hebben het waarschijnlijk al proefondervindelijk geconcludeerd dat alcohol geen stimulans is voor een goede slaap. Toch is deze mythe wijdverspreid. Alcohol kan weliswaar een kalmerend effect hebben en je zo helpen om sneller in slaap te vallen. Maar anderzijds zul je gedurende de nacht ook meer wakker worden en dus onrustiger slapen.

9. Snurken is ongevaarlijk
Alhoewel snurken voor de meeste mensen (en voor hun bedpartner) vooral vervelend is, kan het ook gevaarlijk zijn. Het kan namelijk een symptoom zijn van de slaapstoornis apneu. Zeker als het vergezeld is van vermoeidheid overdag.

10. Kaas eten bevordert het riciso op nachtmerries.
Een op het eerste zicht vreemde mythe, maar toch is er al serieus onderzoek gevoerd naar het verband. Er is geen bewijs dat kaas een invloed heeft op de slaap, laat staan dat het nachtmerries zou veroorzaken. Waarschijnlijk is de legende ontstaan door het feit dat zwaar en vettig eten voor het slapengaan tot een onrustige slaap kan leiden.

Of… misschien ligt het aan Charles Dickens en zijn roman A Christmas Carol. Hij liet het hoofdpersonage Ebenezer Scrooge namelijk beweren dat zijn nachtmerries te wijten waren aan het stukje kaas dat hij voor het slapengaan gegeten had.

 

Bekijk ook: